Tijdelijke werkzaamheden op hoogte

Vallen van een hoogte heeft meestal ernstige gevolgen. Bijna een vierde van dergelijke ongevallen leidt zelfs tot blijvende arbeidsongeschiktheid. Daarom zijn passende en toereikende preventiemaatregelen nodig bij het werken op hoogte. Iedere werksituatie is echter uniek en vereist specifieke oplossingen. Risicoanalyse speelt een cruciale rol bij de juiste keuze van uitrusting en werkmethode.


Lees ook:


Werken op hoogte

In elke onderneming of organisatie kunnen zich situaties voordoen waarbij er op hoogte wordt gewerkt. Werken op hoogte kan regelmatig of bij gelegenheid nodig zijn voor interventies op arbeidsmiddelen, het onderhoud van installaties en kleine onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden. Iedere situatie houdt een risico in dat men eerst moet identificeren en evalueren om de nodige materiële en organisatorische preventiemaatregelen te kunnen treffen.

De specifieke gevaren en risico’s van werken op hoogte zijn onder andere:

  • onoordeelkundig gebruik van arbeidsmiddelen (slecht geïnstalleerd, ongeschikt voor de uit te voeren werkzaamheden en/of de werkomstandigheden en onaangepast aan de werkplek, overbelasting enz.);
  • het gebruik van uitrusting in slechte staat;
  • zich verplaatsen op onstabiele, oneffen en/of zwakke oppervlakken;
  • moeilijkheden bij de evacuatie;
  • vallende voorwerpen;
  • ingangen en werkplekken op hoogte met scherpe randen;
  • een gebrek aan opleiding en vaardigheden,…


Hiërarchie van de preventiemaatregelen

Men moet op voorhand zorgvuldig nadenken over werkzaamheden op hoogte. De gevaren en risico’s die een werksituatie meebrengt, moeten worden geïdentificeerd. In eerste instantie dient de noodzaak van het werken op hoogte nagegaan te worden. Met andere woorden, bestaat er geen veiligere manier om het werk uit te voeren?

Als werken op hoogte onvermijdelijk is, is het belangrijk de meest geschikte uitrusting te kiezen om het werk zo veilig mogelijk te laten verlopen.

Collectieve beschermingsmiddelen zoals randbeveiligingen, platformen en vangnetten hebben altijd voorrang op persoonlijke beschermingsmiddelen. Als het gebruik van collectieve beschermingsmiddelen niet mogelijk is wegens de aard van de werkzaamheden, moet men passende toegangsmiddelen voorzien en een harnas of andere veiligheidsvoorzieningen met verankering gebruiken.


Ladders

Ladders, trapladders en platformladders zijn in de eerste plaats toegangsmiddelen die het mogelijk maken om niveauverschillen te overbruggen. Dit wil zeggen dat ladders, trapladders en platformladders in principe niet bedoeld zijn om werkzaamheden op hoogte uit te voeren (werken vanop een ladder). Enkel indien het gaat om weinig risicovolle taken die beperkt blijven in de tijd, mag men een ladder gebruiken voor het werken op hoogte.

Aandachtspunten voor het werken met ladders:

  • Aankoop: geharmoniseerde normen EN 131, VGS-label,… .
  • De keuze hangt af van het uit te voeren werk: lengte, stevigheid, materiaal.
  • Staat: eventuele gebreken, netheid van de sporten en stijlen (geen olie, vet, modder,…).
  • Plaatsing: op een stabiele, stevige, niet-gladde en horizontale ondergrond, op een afstand van verkeerswegen, helling,… .
  • Gebruik: instructies in verband met de gebruiksvoorwaarden (type werk, regel van 3 steunpunten, zwaartepunt van het lichaam tussen de stijlen, opberging en onderhoud enz.).


Steigers

Het gebruik van steigers bij tijdelijke werkzaamheden op hoogte moet goed worden voorbereid. Men dient vooral een duidelijk inzicht te hebben in de noden en beperkingen die het uit te voeren werk inhoudt, alsook in de omstandigheden waarin men de steigers zal gebruiken. Die elementen laten toe een steiger te kiezen op basis van criteria zoals het type, de maximale belasting, de mechanische sterkte enz. De Europese normen EN 12810 en EN 12811 houden voorschriften in op het vlak van de gebruikte materialen, afmetingen, veiligheidseisen enz.

Zowel de installateur van de steiger als de gebruikers moeten toezien op de gebruiksveiligheid van de steiger en de afwezigheid van risico’s voor de onmiddellijke omgeving.

Volgens de regelgeving moet zowel binnen de onderneming die belast is met het monteren, demonteren en ombouwen van de steiger als binnen de onderneming of organisatie die er gebruik van maakt, een bevoegd persoon worden aangesteld. Die twee personen moeten toezien op de naleving van de preventiemaatregelen en de uitvoering van de nodige controles. Beide bevoegde personen dienen een specifieke opleiding te hebben gevolgd.

Als een steiger is gecontroleerd en klaar is om te worden gebruikt, brengt de bevoegde persoon die instaat voor de montage, een groene steigerkaart aan. De steigerkaart vermeldt ook nuttige informatie over de maximaal toegestane belasting. Zolang de bevoegde persoon de controles voor gebruik niet heeft uitgevoerd, moet de steiger voorzien zijn van een rode steigerkaart.


Hoogwerkers

Ook hoogwerkers met een werkbak kunnen gebruikt worden voor werkzaamheden op hoogte.

Als men gebruik maakt van dit type uitrusting, dient men bijzondere aandacht te besteden aan de volgende drie punten:

  • de stabiliteit: hoogwerkers kunnen makkelijk kantelen als de ondergrond niet stabiel, effen en/of horizontaal is;
  • de weersomstandigheden: die kunnen een invloed hebben op de stabiliteit, vooral de maximale windsnelheid moet worden vermeld in de gebruiksaanwijzing;
  • het dragen van een veiligheidsharnas: dit is niet verplicht, maar wordt wel sterk aanbevolen.


Verder lezen:


Arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogten, Codex welzijn op het werk , Titel IV.5

Niet-bindende praktijkgids voor de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2001/45/EG (werkzaamheden op hoogte)

Werken op hoogte, NAVB Constructiv