Elektriciteit

Elektriciteit kan op verschillende manieren gevaarlijk zijn. Elk netsysteem heeft zijn specifieke risico’s en beschermingsmaatregelen. Wegens de grote risico’s zijn zowel  keuring als documentatie wettelijk vastgelegd. Ook het werken aan de installaties is gereglementeerd met de aanduiding van BA4’s en BA5’s.

Risico’s van elektriciteit

Het bekendste risico van elektriciteit is elektrisering als mensen in contact komen met stroom. Als deze elektrisering de dood tot gevolg heeft, spreekt men van elektrocutie. Risicofactoren zijn: de grootte van de stroom, de duur van de stroomdoorgang, de gevolgde weg, de frequentie en de weerstand van het menselijke lichaam. Belangrijk om weten: vanaf 50 mA gedurende 1 seconde komt een persoon in droge toestand al ernstig in de problemen.

Naast elektrisering is ook het brandrisico belangrijk. Een geleider waardoor elektrische stroom vloeit wordt warm. Dit heet het Joule-effect. Bij overbelasting kan dit leiden tot oververhitting of kan de isolatie aangetast worden waardoor kortsluiting kan ontstaan. Bij gebrek aan de juiste beveiliging kan dit leiden tot brand.  Er wordt geschat dat 1 op 3 industriële branden veroorzaakt zijn door elektriciteit.

In zones met explosiegevaar vormt elektriciteit zeker een risico omdat schakelvonken de nodige ontstekingsenergie kunnen leveren die kunnen leiden tot brand.
Te veel stroom kan ook schadelijk zijn voor installaties. Vaak zijn er bijvoorbeeld bij herin schakelen stroompieken waartegen bepaalde machines of toestellen niet bestand zijn. Niet alleen het teveel aan stroom kan gevaarlijk zijn, ook het onaangekondigd wegvallen is een belangrijk risico, bijvoorbeeld in operatiekwartieren.

Spanningsgebieden volgens het AREI (art. 4)

Gelijkspanning

Wisselspanning

Met rimpel

Zonder rimpel

Zeer lage spanning

U ≤ 50

U ≤ 75

U ≤ 120

Laagspanning

1e categorie

50 < U ≤ 500

75 < U ≤ 750

120 < U ≤ 750

2e categorie

500 < U ≤ 1.000

750 < U ≤ 1.500

750 < U ≤ 1.500

Koogspanning

1e categorie

1.000 < U ≤ 50.000

U > 1.500

U > 1.500

2e categorie

U > 50.000



Netten en beschermingsmaatregelen

Om elektrische energie op een veilige manier te verdelen worden drie netsystemen gebruikt die worden ingedeeld volgens de aarding en de verdeling van de beschermgeleiders. Men heeft TT-netten, TN-netten en IT-netten. Elk type net met voorzien worden van een eigen specifieke beveiliging.

Risicoanalyse

De werkgever is verplicht om een risicoanalyse uit te voeren voor de elektrische installaties in zijn organisatie. Hierbij moet hij zeker volgende risico’s evalueren:
rechtstreekse of onrechtstreekse aanraking, ontladingen, lichtbogen, potentiaalspreiding, ophoping van energie, overspanningen, oververhitting, overstromen, spanningsdaling, normaal gebruik, werkzaamheden, niet-elektrische risico’s ten gevolge van een probleem met de elektrische installatie.

Keuringen

Laagspanningsinstallaties moeten elke 5 jaar gekeurd worden (huishoudelijke installaties om de 25 jaar). Hoogspanningsinstallaties moeten jaarlijks gekeurd worden. De keuring moet uitgevoerd worden door een externe dienst voor technische controle (EDTC). Deze diensten worden erkend door de FOD Economie.

Werken aan installaties: Vitale 7!

Als het ook maar enigszins mogelijk is moet men buiten spanning aan elektrische installaties werken. Hierbij moet men de vitale 7 (ook wel vitale 5 genoemd) respecteren:

  1. Voorbereiden van de werkzaamheden.
  2. Scheiden van de elektrische installatie = vrij schakelen.
  3. Voorkomen van herin schakeling van de elektrische installatie = vergrendelen.
  4. Controleren van de spanningsafwezigheid = meten.
  5. Aarden, ontladen en kortsluiten = aarden.
  6. Afbakenen en/of afschermen van de elektrische installatie = afbakenen.
  7. Vrijgeven van de elektrische installatie.

Niet iedereen mag werken uitvoeren aan elektrische installaties. De bekwaamheid van personen wordt aangeduid met de letters BA en een cijfer gaande van 1 tot 5. Enkel personen met een kwalificatie BA4 of BA5 mogen aan een elektrische installatie werken. Het is aan de werkgever om te bepalen wie voldoende opgeleid is en ervaren is voor de BA4/BA5 kwalificatie. De werkgever moet bovendien specifiek verklaren waarvoor (voor welke installaties, type werkzaamheden) iemand gewaarschuwd of vakbekwaam is.

BA1: gewone = niet hieronder geclassificeerde personen.
BA2: kinderen.
BA3: gehandicapten = personen die niet over al hun fysische of geestelijke vermogens beschikken.
BA4: gewaarschuwde: Personen die:
- ofwel voldoende onderricht werden aangaande de elektrische risico's verbonden aan de hen toevertrouwde werkzaamheden.
- ofwel permanent worden bewaakt door een vakbekwaam persoon tijdens de hen toevertrouwde werkzaamheden teneinde de aan elektriciteit verbonden risico's tot een minimum te herleiden.
BA5: vakbekwame: Personen die via kennis, verkregen door opleiding of ervaring, de gevaren verbonden aan de uit te voeren werkzaamheden zelf kunnen inschatten en de maatregelen kunnen bepalen om de daaruit voortvloeiende specifieke risico's te elimineren of tot een minimum te beperken.

Documentatie

Er moeten behoorlijk wat documenten bijgehouden worden. Het is cruciaal dat deze documenten bij elke verandering geactualiseerd worden.

  • Alle schema’s.
  • Berekeningsnota’s.
  • De resultaten van de risicoanalyse en de maatregelen.
  • Conformiteitsattesten.
  • PV conformiteitsonderzoek.
  • De periodieke controleverslagen.
  • Verslag van het regelmatig bezoek aan de HS-installatie.
  • De geschreven instructies.
  • Lijst BA4-BA5.

Verder lezen: