Brandpreventie

Jaarlijks zijn er zo’n 28.000 branden in België en komen er 100 mensen om ten gevolge van een brand. De meeste branden vinden plaats ’s nachts en in privé-woningen. Een goed begrip van wat een brand is, ligt aan de basis om het risico op brand te beperken.


Lees ook:

Vuurdriehoek

Brand is een reactie tussen een brandbare stof, zuurstof en een ontstekingsbron. Deze drie elementen noemt men de vuurdriehoek. Neem één van die drie elementen weg en er is geen brand meer.

In de praktijk moet vooral de aandacht uitgaan naar risicofactoren die te maken hebben met de aanwezigheid van een brandbaar product in combinatie met een ontstekingsbron.
Grosso modo kunnen de oorzaken van brand ingedeeld worden volgens ontstekingsbron:


Oorzaken van brand – ingedeeld volgens de ontstekingsbron

a. Elektrische oorzaak

Elektrische energie brengt warmte met zich mee. In sommige omstandigheden loopt de warmte dermate op dat brandbaar materiaal tot ontsteking wordt gebracht.


Het kan gaan om:

  • een hoge stroomsterkte, bv. bij kortsluiting
  • een hoge weerstand, of
  • een gebrekkige koeling, bv. kapotte ventilatie in gesloten apparatuur

b. Statische elektriciteit

Statische elektriciteit kan aan de basis liggen van een brand. Bij statische elektriciteit wordt elektriciteit opgeladen (bv. door wrijving) door een niet-geaarde geleider. Bij een contact met een geaard voorwerp kan dan een vonk ontstaan. Voorbeelden zijn een snel bewegende rubberen band of niet-geleidende vloeistoffen die door pijpleidingen stromen. 

c. Hete oppervlakken (niet-elektrisch)

Stralingswarmte die afkomstig is van hete oppervlakken door

  • wrijving, bv. slecht draaiende onderdelen (niet gesmeerd, stuk)
  • verwarmingstoestellen, bv. kachelplaat
  • gesmolten stoffen bv. metaal- of glasdeeltjes die uit de oven vallen of wegspringen

d. Vonken of vlammen

Open vlammen kunnen van vaste bronnen (bv. ovens) komen of van verplaatsbaar materieel (bv. lasapparatuur, snijbranders). Snijden, lassen, slijpen zijn dan weer werkzaamheden waarbij vaak vonken vrijkomen.

e. Roken

Brandende sigaretten(peuken) liggen vaak aan de basis van een brand.

f. Brandstichting

Brand kan opzettelijk aangestoken worden. Vaak gaat dit gepaard met het gebruik van sterke ontstekingsbronnen en brandversnellers om de brand snel te verspreiden.

g. Spontane ontbranding

Heel wat materialen kunnen spontaan opwarmen. Dit is het gevolg van natuurlijke processen waarbij warmte vrijkomt bv. ontbinding. Als deze warmte dan niet aan de omgeving kan afgegeven worden, loopt de temperatuur dermate op dat het materiaal spontaan kan ontbranden.
Voorbeelden van materialen die gevoelig zijn voor spontane ontbranding zijn o.m. plantaardige en dierlijke oliën, houtsnippers, houtskool, verfresten.


Brandklassen

De brandbare stoffen worden onderverdeeld in:

  • Klasse A: vaste stoffen
  • Klasse B: vloeistoffen
  • Klasse C: gassen
  • Klasse D: lichte metalen
  • Klasse F: vetten

Deze klassen worden ook vermeld op kleine
manuele blusmiddelen om te weten voor welk type brand ze ingezet kunnen worden.


Fasen van een brand

Ruwweg kan men twee fasen onderscheiden bij een brand: de groei van een brand en een volledig ontwikkelde brand. Hoelang het duurt om van een groeiende brand naar een volledig ontwikkelde brand te gaan, hangt af van de elementen van de vuurdriehoek. Maar het is in deze fase dat een brand moet gedetecteerd worden om zo een grotere brand te voorkomen.
In het groeistadium van de brand is de brandreactie van materialen van belang. Dit gaat onder meer over de vaak dodelijke rookontwikkeling. Zodra men een volledig ontwikkelde brand heeft telt de brandweerstand van materialen. Dan gaat het er over hoe lang de constructie de brand weerstaat. Dit is belangrijk voor de evacuatie.
In het groeistadium van de brand komen er steeds meer rookgassen bij en loopt de temperatuur op. Zodra deze gassen hun zelfontbrandingstemperatuur (tussen 250 °C en 350 °C) bereikt, zullen deze gassen explosief ontbranden.  Dit is de flashover. Hierna heb je een volledig ontwikkelde brand en loopt de temperatuur heel snel op.


Brandveiligheid

Brandveiligheid bestaat uit dynamische en statische maatregelen. De dynamische maatregelen zijn de maatregelen die men moet uitvoeren als het brandt: de evacuatie-instructies opvolgen, een brand melden, de brandweer bellen, een alarm indrukken en een beginnende brand bestrijden.
Statische maatregelen hebben te maken met de infrastructuur (brandweerstand van materialen, ligging en inrichting van evacuatiewegen, …) en met branddetectie en –bestrijdingsmiddelen. Sedert de brand in de Innovation in 1967 staan er in de Belgische wetgeving behoorlijk wat regels over de inrichting van gebouwen. Grosso modo kan men stellen dat hoe hoger een gebouw is, hoe strenger de brandveiligheidsnormen zijn.
Sprinkler-installaties, automatische branddetectie en –melding zijn een heel goede aanvulling.


Basiswetgeving

  • Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming, artikel 52;
  • Codex welzijn op het werk, Titel III.3 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen (voorheen Koninklijk Besluit van 28 maart 2014 betreffende brandpreventie op arbeidsplaatsen);
  • Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen;


Lees meer

Brandpreventie op arbeidsplaatsen