Interne transportmiddelen


Interne transportmiddelen zijn er in verschillende types en uitvoeringen. De risico's die gepaard gaan met het gebruik van interne transportmiddelen hebben vaak te maken met een de keuze voor onaangepaste voertuigen, onvoorzichtig rijgedrag en een onaangepaste inrichting van de werkruimten.


Lees ook:


Interne transportmiddelen: risico's

Voor het stapelen, het vervoeren van lasten, het zich verplaatsen, … worden vaak interne transportmiddelen gebruikt. Deze transportmiddelen zijn er in verscheidene types en uitvoeringen gaande van een eenvoudige transpallet tot een heftruck. Met het gebruik van dergelijke transportmiddelen gaan heel wat risico's gepaard zoals:

  • Van het voertuig vallen.
  • Voorwerpen die op de bestuurder vallen, bv. na het aanrijden van een magazijnstelling.
  • Bekneld raken, bv. tussen het voertuig en de muur.
  • Aanrijdingen, tussen voertuigen of tussen een voertuig en een voetganger.
  • Kantelen, hoofdzakelijk zijwaarts kantelen omwille van het manoeuvreren op hellingen, het overladen van de heftruck, het bewegen van de lading.


Het juiste transportmiddel kiezen


Om de veiligheid te verzekeren is de juiste keuze van transportmiddel essentieel. Het transportmiddel moet aangepast zijn aan de taken en de omgeving waar het transportmiddel wordt ingezet. Voor de keuze en aankoop van een transportmiddel is de wetgeving over arbeidsmiddelen van toepassing. De procedure van de drie groene lichten waarbij de preventieadviseur betrokken wordt bij de bestelling, levering en indienststelling is verplicht (zie
Aankopen van machines, installaties en beschermingsmiddelen.

Hierna volgen een aantal veel voorkomende types transportmiddelen, waarvoor ze gebruikt kunnen worden en een aantal tips voor de keuze.

Elektrische transpallet

  • Een elektrische transpallet wordt gebruikt voor het verplaatsen van palletten, heeft een geringe hefhoogte (25 à 30 cm) en een beperkte snelheid.
  • Types: er zijn elektrische transpalletten met een meelopende of een meerijdende bestuurder (staand of zittend).
  • Een elektrische transpallet met een meelopende bestuurder is in geval van intensief gebruik, geschikt voor een transportafstand tot 30m. Bij occasioneel gebruik mag deze afstand oplopen tot 100m.
  • Een essentiële veiligheidsvoorziening voor een elektrische transpallet met een meelopende bestuurder is een omkeerbare rijrichting op disselboom. Dat is een bescherming tegen het gekneld raken tussen de disselboom en bijvoorbeeld een muur.
  • Bij de keuze van elektrische transpalletten met meerijdende bestuurders moet vooral aandacht besteed worden aan de afscherming van de bestuurderspost. Het is belangrijk dat de bestuurder tijdens het rijden afgeschermd is.


Stapelaar

De stapelaar is afgeleid van een transpallet maar is uitgerust met een systeem dat toelaat om palletten te stapelen. De hefhoogte gaat tot 3m en uitzonderlijk ook wel tot 5m. Net zoals de transpallet heeft de stapelaar een beperkte snelheid en zijn er types met meelopende en meerijdende bestuurder (staand of zittend).


Heftruck

De heftruck is een hefwerktuig met vorken met doorgaans een hefhoogte tot ongeveer 3m. De heftruckbestuurder zit in de rijrichting. Heftrucks zijn elektrisch aangedreven of thermisch (benzine, diesel, lpg). De thermisch aangedreven heftruck is vooral geschikt voor een gebruik buiten. Belangrijke veiligheidsvoorzieningen zijn een hoofdbescherming die bescherming biedt tegen vallende voorwerpen, de cabine en de veiligheidsgordel die bij een eventuele kanteling moet voorkomen dat de bestuurder uit het voertuig geslingerd wordt.


Reachtruck

De reachtruck is een elektrisch hefwerktuig met vorken, een uitschuifbare mast en een hefhoogte tot 6 en zelfs tot 10m. De heftruckbestuurder zit dwars t.o.v. de rijrichting en is vooral geschikt voor een gebruik binnen, in de gangen van opslagplaatsen. De plaatsing van de bestuurderspost – dwars op de rijrichting - vergt een aanpassing voor de bestuurder en werkt minder comfortabel.


Veilig werken met een elektrische transpallet

  • Vooraf: kijk na of de transpalet in orde is en draag persoonlijke beschermingsmiddelen (veiligheidsschoenen en veiligheidshandschoenen).
  • Veilig laden: zorg ervoor dat de lading goed verdeeld is over beide vorken (niet alles op de punt nemen!) en respecteer het aangeduide laadvermogen.
  • Tijdens het rijden: afstand houden van andere voertuigen en van muren, opslagrekken, … Hou rekening met andere werknemers in de buurt.


Veilig werken met een heftruck

  • Vooraf: check of de heftruck in orde is (remmen, banden, besturing, …)
  • Achter het stuur: steeds gordel dragen; hou hoofd, handen en voeten binnen de cabine van de heftruck.
  • Veilig laden: neem de last goed op de vorken en zo dicht mogelijk bij de mast; de mast lichtjes naar achteren kantelen; zorg ervoor dat het zwaartepunt van de last zich dicht genoeg bij de mast bevindt; het laadvermogen respecteren.
  • Veilig rijden: respecteer de snelheidsbeperkingen; vertraag voor een bocht, voor een kruispunt en als er voetgangers in de buurt zijn; gebruik de claxon indien nodig (aan een kruispunt, bij het binnenrijden van het magazijn); hou voldoende afstand van andere weggebruikers.
  • Nooit personen vervoeren of omhoog heffen!


Opleiding verplicht

De wetgeving stelt dat enkel werknemers die een adequate opleiding hebben gekregen mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving mogen besturen. Een opleiding is dus vereist. De inhoud en de duur van de opleiding zijn echter niet vastgelegd en het is aan de werkgever om ervoor te zorgen dat bestuurders van dergelijke interne transportmiddelen over de nodige kennis en vaardigheden beschikken.


Jobstudent? Geen heftruck

Voor jobstudenten geldt een verbod om een heftruck te besturen. Er zijn wel uitzonderingen (mits nodige preventiemaatregelen) voorzien voor het gebruiken van transpalletten. Jobstudenten tussen 16 en 18 jaar mogen gemotoriseerde transportwerktuigen bedienen met geringe hefhoogte met meelopende bestuurder waarvan de snelheid beperkt is tot 6 km/uur. Jobstudenten ouder dan 18 jaar mogen niet-stapelende gemotoriseerde transportwerktuigen bedienen met geringe hefhoogte (beperkt tot 6 km/u voor meelopende bestuurder en 16 km/u voor meerijdende).