Collectieve beschermingsmiddelen

Om risico's aan te pakken zijn preventiemaatregelen vereist. Door het voorzien van collectieve beschermingsmiddelen worden de risico's afgeschermd van de werknemers. Voorbeelden zijn beschermkappen over bewegende delen van machines, leuningen, isolerende wanden. Bij de keuze, aankoop en implementatie van deze beschermingsmiddelen komt heel wat kijken.


Lees ook:



Wat zijn collectieve beschermingsmiddelen?

Collectieve beschermingsmiddelen (CBM’s) zijn technische middelen die een risico afschermen van de personen die mogelijk aan dit gevaar worden blootgesteld. Ze mogen niet worden verward met persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s). Persoonlijke beschermingsmiddelen schermen immers de persoon af van het risico.


Voorbeelden van collectieve beschermingsmiddelen

  • Voor machines en installaties (bv. beschermkappen).
  • Tegen fysische agentia (lawaai en trillingen, verlichting, klimaat en straling) (bv. omkastingen van lawaaibronnen).
  • Tegen vallen van personen en voorwerpen van hoogte (bv. leuningen).
  • Tegen producten met gevaarlijke eigenschappen (bv. afzuiginstallaties van gevaarlijke stoffen,...).


In de wetgeving

Voor collectieve beschermingsmiddelen zijn er specifieke wetgevende bepalingen. Deze bepalingen regelen aspecten zoals het aankopen, implementeren en onderhouden van collectieve beschermingsmiddelen.


Referentie naar de wetgeving

KB van 30 augustus 2013 tot vaststelling van algemene bepalingen betreffende de keuze, de aankoop en het gebruik van collectieve beschermingsmiddelen, BS 7 oktober 2013, Codex, Titel VII, Hoofdstuk 3 


Keuze van een collectief beschermingsmiddel

Collectieve beschermingsmiddelen moeten gekozen worden in functie van de werkpost en de risico's waartegen ze bescherming bieden. Een leuning of een valbeveiligingsnet bijvoorbeeld moet berekend worden om te weerstaan aan de krachten die kunnen ontstaan bij het opvangen/weerhouden van een werknemer. Belangrijk is bovendien dat er door het voorzien van collectieve beschermingsmiddelen geen bijkomende risico's ontstaan. Voor het aankopen van collectieve beschermingsmiddelen geldt een specifieke aankoopprocedure. De tussenkomst van de preventieadviseur zowel bij de bestelling, bij de levering als bij de ingebruikname is verplicht (zie aankoopprocedure).


Val van meer dan 2m mogelijk?

Als de werknemers blootgesteld worden aan een val van meer dan 2m dan is het verplicht om de werk- en loopvlakken uit te rusten met een leuning of met traliewerk. De leuning of het traliewerk moet ten minste 1m hoog zijn en aansluiten aan het loopvlak.


Controle en onderhoud

Om ervoor te zorgen dat de collectieve beschermingsmiddelen gedurende hun volledige levensduur correct blijven functioneren, zijn onderhoud en controles noodzakelijk. Informatie over het nodige onderhoud en de controles staat in de documentatie van de fabrikant. In ieder geval zijn controles nodig vooraleer het collectief beschermingsmiddel in gebruik wordt genomen en daarna op geregelde tijdstippen. Voor de meeste collectieve beschermingsmiddelen kunnen het onderhoud en de controles toevertrouwd worden aan een werknemer met kennis van zaken. Enkel in specifieke gevallen kan het vereist zijn om een Externe Dienst voor Technische Controles in te schakelen.

Verder lezen

Collectieve beschermingsmiddelen op de site van beswic
http://www.beswic.be/nl/topics/cbm-pbm/